•  
  •  
  •  
  • Definitie Herinneringseducatie

    In de taakomschrijving van het BCH kwam kwaliteitsbewaking expliciet aan bod: “In de tweede plaats zal dit platform ijveren voor een optimale kwaliteit van het ondersteuningsaanbod.” Het BCH ziet de opbouw van expertise dan ook als een noodzakelijke opstap om de kwaliteit van herinneringseducatie in het onderwijs te garanderen.

     

    Wat is herinneringseducatie?

     

    Bij de start van de werking van het BCH, was het begrip ‘herinneringseducatie’ relatief onbekend. Hoewel er ideeën bestonden over de betekenis van het begrip, ontbrak het aan een solide definitie. Om op een degelijke manier expertise op te bouwen, was er in eerste instantie dan ook nood aan een eenvormige definitie die het domein van herinneringseducatie kon afbakenen. Met de interne partners werd na veelvoudige reflectie tijdens het eerste werkjaar (2008), een definitie voorgesteld.

     

    “Herinneringseducatie is werken aan een houding van actief respect in de huidige maatschappij vanuit de collectieve herinnering aan menselijk leed dat veroorzaakt is door menselijke gedragingen zoals oorlog, intolerantie of uitbuiting en dat niet vergeten mag worden.”

     

    Om die definitie, weliswaar steeds een werkdefinitie, verder te kaderen werd een memorie van toelichting toegevoegd.

     

    De (on)mogelijkheid van een definitie

     

    Hoewel de definitie uit 2008 over het algemeen heel positief onthaald werd, werd al gauw duidelijk dat enkele aspecten, zoals ze destijds werden opgenomen, toch veel minder evident bleken, zelfs ondanks het toevoegen van een memorie van toelichting. Want hoe interpreteer je zoiets als ‘actief respect’ en hoe verbindt je daar realistische doelstellingen aan? Daarnaast werden vanuit academische hoek verschillende kritische bedenkingen geformuleerd. Er was duidelijk angst voor een mogelijke instrumentalisering van het verleden (namelijk: het verleden gebruiken of zelfs misbruiken voor actuele doeleinden) en historici wezen op de valkuil van het presentisme (i.e. het veroordelen van het verleden op basis van actuele maatstaven). Deze bezorgdheden werden niet genegeerd. Het BCH ging actief de dialoog aan met deze diverse stemmen en de toetssteen die daaruit voortkwam, bevatte tal van suggesties om op een doordachte en genuanceerde wijze aan herinneringseducatie te doen – rekening houdend met al deze opmerkingen.

    Na bijna 10 jaar, met heel wat meer expertise op zak, werden vanuit het BCH toch de eerste stappen gezet om de definitie grondig te herdenken. De huidige leden zijn namelijk van mening dat de definitie op dit moment nog iets te moraliserend is (‘mag niet vergeten worden’), terwijl ze vooral moet stimuleren tot een kritische analyse van de wisselwerking tussen geschiedenis en herinnering én een respectvolle dialoog in een diverse samenleving. Daarbij zijn ook ‘andere’ herinneringen minstens even waardevol (met aandacht voor diverse en meerstemmige perspectieven). De ‘collectieve herinnering’ zoals deze nu werd opgenomen in de definitie gaat wat dat betreft voorbij aan de realiteit van een superdiverse samenleving. Een andere bedenking stelt dat de huidige definitie eerder de negatieve gebeurtenissen centraal plaats (door de expliciete vermelding van ‘oorlog, intolerantie of uitbuiting’) terwijl mensen misschien vooral positieve voorbeelden nodig hebben om net uit die negatieve spiraal van emoties te geraken. Onderzoek toont aan dat mensen net voorbij medelijden en veroordelen moeten komen tot reflectie en actie, geïnspireerd door voorbeelden van verzet en positieve verandering.

    De leden voelen ook dat er op dit moment te weinig aandacht is voor de universele en tijdloze processen en mechanismen. We vertrekken nu eenmaal allemaal vanuit verschillende musea en organisaties met een specifiek verhaal (bv. Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, In Flanders Fields Museum of Kazerne Dossin), maar uiteindelijk gaat het toch telkens over die steeds terugkerende patronen van uitsluiting, polarisering, geweld enzovoort (maar dan telkens op andere plaatsen of in andere tijden en contexten).

    Het BCH stelde zichzelf ook de vraag wat we nu willen duidelijk maken met een definitie: Wat herinneringseducatie is? Of wat het niet is? Of wat het wil bereiken? Valt herinneringseducatie trouwens wel te ‘definiëren’? Ook moet steeds de vraag gesteld worden wie die definitie schrijft en waarom? Waarom denken WIJ vandaag zo over herinneringseducatie? Wat willen WIJ bereiken? Waarom vinden WIJ dit belangrijk? Want deze invulling kan variëren, bv. na de Tweede Wereldoorlog was er in de Sovjet-Unie een heel andere manier van ‘herinneringseducatie’ (met heel specifieke politieke doeleinden)…

    Om bovenstaande redenen zal de komende periode werk gemaakt worden van een herdefiniëring van ‘herinneringseducatie’. Mogelijks zal er zelfs afstand genomen worden van een definitie omdat een dermate complexe materie zich gewoonweg niet gemakkelijk laat definiëren. Het nieuw  voorstel  zou  zijn  om  af  te  stappen  van  een  definitie  en  in een korte visietekst enkele sleutelbegrippen en speerpunten binnen herinneringseducatie te duiden. Enkele  aandachtspunten die tijdens de plenaire vergadering van het BCH op 26 januari 2017  wel  aan  bod  kwamen waren: de analyse van de wisselwerking tussen geschiedenis en herinnering, historische perspectiefname, aandacht voor processen en mechanismen, historische empathie en betrokkenheid, multiperspectiviteit  en meerstemmigheid,  de notie  van  positieve  verandering, kritisch  en  geëngageerd  burgerschap,  alsook het stimuleren van een respectvolle dialoog in een superdiverse samenleving. De dimensies verleden-heden-toekomst mogen hierbij nog explicieter aan bod komen.

     

    ©2017 Bijzonder Comité voor Herinneringseducatie