Waarom blijft het relevant om te leren over WOI?

‘Oorlogen staan nooit op zich. Ze lijken tentakels te bezitten die schier onmerkbaar doorgroeien, tot ze elders opschieten en weer in nieuwe conflicten ontvlammen.’ (uit Letter of Intent van het Herdenkingsprogramma Gone West, Erwin Mortier)

 

In een land waar oorlog heeft gewoed, gaat die niet gauw meer voorbij, ook niet als die oorlog inmiddels een eeuw achter ons ligt. De frontstreek is de uitgelezen plaats om meer te weten te komen over de Eerste Wereldoorlog. De geschiedenis leert ons hoe onze wereld zich ontwikkelde en kan ons hedendaagse situaties, conflicten en hun gevolgen beter doen begrijpen door de historische wortels ervan in kaart te brengen.

Focussen op de geschiedenis van WOI leert ons vergelijken. Wat zijn de overeenkomsten, wat zijn de verschillen? Leren over de oorlog kan een aanzet zijn tot reflectie over thema’s als geweld en vrede en kan bovendien inspireren tot een kritische gevoeligheid voor oorlog en geweld. Dit impliceert dat kinderen en jongeren bewust gemaakt worden van de keuze tussen geweldoplossing en geweld en van de gevolgen die dit met zich meebrengt.

Mechanismen herhalen zich en het is belangrijk dat kinderen en jongeren ook processen herkennen. Het benadrukken van propaganda, de zinloosheid van geweld, burgers in oorlogssituaties, vluchtelingen, internationale verdragen, conflictbeheersing, extremisme en radicalisme in tijden van oorlog en vandaag is essentieel. Wat hierbij niet mag ontbreken is de context en tijdsgeest, waardoor we het verleden niet beoordelen met hedendaagse normen en waarden. Het benadrukken van de eigenheid van WOI als eerste industriële oorlog, die alle lagen van de bevolking treft, is hierbij noodzakelijk.

De historische basis is cruciaal bij het leren over WOI. Daarom kan het belang van geschiedwetenschap en –onderwijs niet onderschat worden. Zeker als we werken met persoonlijke verhalen is er een spanningsveld tussen de historische afstand en de nabijheid. Het verleden is tegelijkertijd anders en vreemd én herkenbaar en dichtbij. Persoonlijke verhalen en voorwerpen (vgl rol van musea) zijn een goede invulling, maar kunnen enkel vertrekken vanuit context en structuur.

De talrijke monumenten, sporen, relicten, littekens in het landschap zijn samen met de duizenden graven getuigen van deze vreselijke oorlog. Deze plekken zijn samen met de musea vertrekpunten om naar het verleden te kijken. Het zijn ‘lieux de mémoire’. Deze bezoeken aan een herinneringsplaats of een ‘lieux de mémoire’ vergen een goede voorbereiding in de klas. Herdenkingen op de plaatsen zelf zijn belangrijk om jongeren/kinderen te laten reflecteren over thema’s als oorlog en vrede. Naast klassieke, traditionele herdenkingen zoals met 11 november bijvoorbeeld, kunnen ook eigentijdse herdenkingen, daartoe bijdragen.

De huidige wereld kan je enkel begrijpen door naar het verleden te kijken. Doordat WOI een katalysator geweest is voor verandering is het nog steeds actueel. Daarnaast is het van belang om na te denken over hoe we vandaag en in de toekomst omgaan met dit verleden. Dit doen we het best vanuit verschillende standpunten, vanuit verschillende landen en culturen. Internationale jongerenuitwisselingen zijn daarom  in het kader van een project WOI heel verrijkend.

WOI biedt actuele kapstokken om de kritische zin van jongeren aan te wakkeren en om onverschilligheid tegen te gaan. Daarbij vergroten persoonlijke verhalen de empathie van kinderen en jongeren. Daarom streven we ernaar om het ‘grote’ geweld te kristalliseren naar het ‘kleine’ geweld in onze persoonlijke leefwereld. Nadenken over het verleden doet denken over vandaag en de toekomst.

Wie vandaag over oorlog en vrede wil spreken, moet de band met dit oorlogsverleden bewaren. Het is belangrijk om het verleden levend te houden om te beseffen hoe waardevol het streven naar vrede is. Vredeseducatie gaat nog een stap verder. In een ‘betere’ wereld moeten we streven naar een meer kritische inhoudelijke invulling van de slogan ‘Nooit meer oorlog’. We beschrijven een wereld waar oorlog als instrument van de internationale politiek wordt uitgebannen, instrumenten van oorlogsvoering worden vernietigd, oorzaken van oorlog worden weggenomen en voorwaarden voor vrede worden geschapen.

Onze verontwaardiging mag niet vrijblijvend zijn. Dit is ook en vooral durven wijzen op onze eigen verantwoordelijkheid in hedendaagse conflicten. Dit is ook het systeem van onze hedendaagse westerse maatschappij in vraag durven stellen. Indien we deze verantwoordelijkheid niet durven opnemen, dan zijn we er mede verantwoordelijk voor dat de verontwaardiging vrijblijvend blijft.

 

We kunnen ons niet permitteren blind te zijn voor de krachten die honderd jaar geleden de machinerie van het noodlot in gang hebben gezet. Daarmee zouden we onszelf de mogelijkheid ontzeggen in het verleden patronen te ontdekken die kunnen helpen lessen te trekken voor het heden en de toekomst.’ (uit Letter of Intent van het Herdenkingsprogramma Gone West, Erwin Mortier)

 

= Deze tekst is tot stand gekomen in samenwerking met het Bijzonder Comité Herinneringseducatie. De Toetssteen 14-18, die hieruit voortvloeide, bevat een concrete didactische aanpak. Meer informatie? www.wo1.be

 

  

 

Gepubliceerd op door

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

74 + = 77